Serinus canarius

 

Herkomst

De kanarie is tegen het einde van de 15e eeuw door de Spanjaarden vanuit de Canarische Eilanden in Europa ingevoerd. In het begin werd hij alleen gekweekt door Spaanse Monniken, die de kanarie kruisten met Europese inheemse vogels. De Spaanse adel had veel geld over voor het vogeltje. Later werd het ook voor de burger mogelijk om een kanarie te houden. In de 17de eeuw namen de Duitsers de kanarie mee de mijnen in. De vogeltjes reageerden op gevaarlijke gassen en luchtvoorzieningen. Hier is de harzerkanarie uit ontstaan.

Gedrag en omgang

De kanarie kan alleen, als koppel of met meerdere vrouwtjes (popjes) samen gehuisvest worden. Twee of meer mannen bij elkaar resulteert in vrijwel alle gevallen tot gevechten. Alleen het mannetje van de kanarie zingt. Hij doet dat als hij zich prettig voelt of als hij op zoek is naar een popje. Als hij er vervolgens een heeft gevonden waarmee hij een nestje maakt, dan is ook dat een reden om te gaan zingen. Een mannetje kan ook gaan zingen om een ander mannetje te laten weten dat hij zich in andermans territorium bevindt.

Verzorging

Met de juiste verzorging kan een kanarie tot 12 jaar oud worden. Omdat het voer niet nat mag worden zijn er in ieder geval twee aparte bakjes nodig. De bakjes moeten bij voorkeur van buitenaf ingestoken kunnen worden; de bakjes blijven dan schoner en de vogel wordt niet opgejaagd, als de bakjes gevuld of schoongemaakt worden. Voor kanaries moet u elke dag het drinkwater (niet te koud) verversen. Het is erg belangrijk dat de kanarie een badje met water ter beschikking heeft. Dit is om het uitdrogen van zijn veren tegen te gaan. Als bodembedekking kunt u beukensnippers of schelpenzand gebruiken. Zorg ook dat er altijd grit in de kooi aanwezig is, want dit helpt bij het vertering van de zaadjes.

Huisvesting

Een kanarie heeft een kooi nodig van minimaal 50 x 30 x 40 cm (lxbxh). Voor twee vogels moet de kooi minimaal 60 x 30 x 70 cm (lxbxh) zijn. Zet de kooi tochtvrij en niet in het volle zonlicht. Zorgt u voor voldoende stokjes zodat hij vrolijk heen en weer kan wippen. Plaats de zitstokken niet boven de voer- en drinkbakken omdat deze anders snel bevuild zullen worden. De zitstokken moeten zo dik zijn, dat de kanarie met zijn nagels net over het midden van de stok kan komen (doorsnee circa 12 mm). Voor optimale bewegingsvrijheid is een rechthoekige kooi het meest geschikt. 

Rebas Footer