Cavia

Herkomst

De cavia (Cavia porcellus) komt oorspronkelijk uit Zuid- Amerika. Daar werden ze door de Inca-bevolking als “huisdier” gehouden. Naar alle waarschijnlijkheid werden de dieren gebruikt als voedsel en als offer voor de goden. In de 16de eeuw ontdekten de Spanjaarden het continent en dus ook de cavia’s. Naast de oorspronkelijke wildkleur “goud agouti” vonden ze ook cavia’s met andere kleuren. Aan het begin van de 18de eeuw komt de cavia tevens voor in verschillende landen van Europa. De cavia werd in deze landen niet gehouden voor het vlees, ze maakten hier hun opmars als huisdier. De Engelsen zijn de eersten geweest die begonnen met het bewust fokken van de dieren voor tentoonstellingen. Inmiddels is de cavia het knaagdier dat het meest als huis- of hobbydier gehouden wordt.


Gedrag en omgang

Cavia’s zijn dagactief en eenvoudig tam te maken waardoor het erg geschikte gezelschapsdieren zijn. Om de dieren tam te krijgen moeten ze vanaf jonge leeftijd regelmatig in de hand gehouden worden. De cavia moet daarbij altijd rustig en op ooghoogte benaderd worden omdat het dier anders schrikt. De cavia kan ook gelokt worden met wat lekkers waardoor de cavia het oppakken associeert met iets lekkers. Bij het oppakken kan de cavia het beste met één hand onder de borst en één hand onder de kont ondersteund worden. Cavia’s zijn sociale dieren waardoor ze veel aandacht van de verzorger moeten krijgen en anders met meerdere dieren in één verblijf geplaatst moeten worden. Wanneer er voor gekozen wordt om meerdere dieren bij elkaar te plaatsen kunnen daarvoor het beste alleen vrouwelijke dieren gebruikt worden. Wanneer er combinaties van mannen en vrouwen bij elkaar geplaatst worden zullen de vrouwtjes om de 65 tot 70 dagen jongen werpen, wat lang niet altijd wenselijk is. Mannetjes kunnen ook niet altijd even goed bij elkaar geplaatst worden omdat mannetjes nogal intolerant kunnen zijn tegenover elkaar. Cavia’s bijten heel weinig doordat de dieren in angstige of stressvolle situaties verstarren in plaatst door van zich af te reageren. Door het sociale gedrag van de dieren worden er veel geluiden door ze gemaakt. De cavia’s reageren op elkaar, op mensen, op voer en ga zo maar door. Een cavia kan dus een echte gangmaker zijn is huis.

Verzorging

Bij een juiste verzorging en goede gezondheid kan een cavia zes tot acht jaar oud worden. Bij de verzorging moet in eerste instantie voor een schoon verblijf gezorgd worden. Afhankelijk van de grote en het aantal dieren in een verblijf zal het ongeveer eens per week schoon gemaakt moeten worden. Daarnaast moeten de dieren iedere dag voorzien worden van vers water, krachtvoer en ruwvoer. De nagels van de cavia’s groeien gedurende hun hele leven. Wanneer de nagels niet voldoende afslijten worden deze dus te lang. Daarom is het belangrijk om deze één tot twee maal per jaar te (laten) knippen. Voor het knippen van de nagels kan een speciaal tangetje gekocht worden bij uw dierenspeciaalzaak. Bij het knippen moet rekening gehouden worden met de bloedbaan in de nagels van de cavia’s. Er moet namelijk vermeden worden dat hierin geknipt wordt. Bij licht gekleurd dieren is deze bloedbaan duidelijk te zien, maar bij donker gekleurde dieren is dat moeilijker of niet te zien. Bij deze dieren kunnen de nagels beter drie tot vier maal per jaar geknipt worden waarbij voor de zekerheid niet teveel afgeknipt wordt. Cavia’s met langer haar moeten voor een goede vachtverzorging zo nu en dan geborsteld worden, zodat de klitten en vuiligheid uit de haren verwijderd kunnen worden.


Huisvesting

Een cavia is een sociaal dier en wordt in de meeste gevallen dan ook met meerdere cavia’s gehuisvest. Wanneer de verzorger voldoende aandacht aan het dier kan schenken kan er besloten worden om toch één cavia aan te schaffen. Wanneer een cavia alleen gehuisvest wordt moet het verblijf minimaal 60x60x40 cm (lxbxh) zijn. Wanneer er twee dieren in één verblijf geplaatst worden moet het verblijf minimaal 100x50x40 cm (lxbxh) zijn. Vervolgens moet er voor iedere cavia die daarbij komt 30 cm aan lengte of 140 cm² aan vloeroppervlak bij geteld worden. De minimale hoogte van 40 cm blijft daarbij hetzelfde. Het vloeroppervlak van de huisvesting voor cavia’s mag niet glad zijn, omdat de dieren anders uit kunnen glijden. Als bodembedekking kunnen verschillende materialen gebruikt worden die in de dierenspeciaalzaken daarvoor aangeboden worden. Cavia’s mogen echter niet op stro geplaatst worden omdat dit bij de dieren in de ogen kan steken en tot oogbeschadiging kan leiden. Cavia’s kunnen zowel binnen als buiten gehuisvest worden. Wanneer een jonge cavia bij een dierenspeciaalzaak aangeschaft wordt kan het dier het beste pas in de zomer naar buiten geplaatst worden omdat het temperatuursverschil anders te groot is. Als de jonge cavia altijd al buiten gehouden is dan maakt het niet uit in welk jaargetijde hij gekocht wordt aangezien hij toch al buiten gehouden werd. Wanneer de cavia buiten gehuisvest wordt moet er rekening gehouden worden met het feit dat cavia’s niet constant in de volle zon mogen zitten. Er moet een mogelijkheid zijn om zich te kunnen verbergen voor de zon. De huisvesting moet tochtvrij zijn, maar wel beschikken over voldoende ventilatie mogelijkheden. Er moet constant geventileerd worden door bijvoorbeeld een dak of deur van draadwerk in het verblijf te hebben.

Voeding

Voor de cavia zijn er twee belangrijke voedingsbestanddelen welke het nodig heeft om gezond te blijven. Dit zijn ruwe vezels en vitamine C. De ruwe vezels kunnen het beste aangeboden worden in de vorm van hooi wat de beste vezelleverancier is voor cavia’s. Vitamine C kan het beste verwerkt zitten in het voer. Wanneer vitamine C in het water wordt toegevoegd vervliegt het snel, groente en fruit zijn niet altijd voor handen en tabletjes brengen extra kosten met zich mee. Het ruwvoer, in dit geval hooi, moet onbeperkt aan de cavia’s aangeboden worden. Van het kant en klare caviavoer moet ongeveer 60 gram per cavia, per dag gevoerd worden. Wanneer vitamine C aan het voer is toegevoegd, is het overbodig om groente en fruit aan de cavia’s te voeren. Alle benodigde voedingsbestanddelen krijgen ze via het hooi en dit voer dan al binnen. Wanneer de vitaminen echter niet zijn toegevoegd kan het noodzakelijk zijn dit wel bij te voeren. Geschikte groentes en fruit zijn dan appel, witlof, wortel, boerenkool en andijvie. De kool- en slasoorten mogen alleen in kleine hoeveelheden aan volwassen dieren gevoerd worden. Water moet onbeperkt aangeboden en iedere dag ververst worden.


Voortplanting

Wanneer er één beer tussen een groep zeugen wordt gehuisvest, leidt tot jonge dieren. Om het aantal dekkingen te beperken kan in deze situatie de beer beter apart gehuisvest worden. Als er dan besloten wordt over te gaan tot jonge cavia’s, kunnen de zeugen bij de beer geplaatst worden. De zeugen staan gemiddeld eens in de zestien dagen een dekking toe. De draagtijd bedraagt 65 tot 70 dagen. Wanneer de jongen geboren worden kan de beer het beste uit de groep verwijderd zijn. Het dragen, werpen en zogen van de jongen kost veel energie, waardoor het beter is dat de zeug niet direct na de geboorte weer gedekt wordt door de beer. Het is beter de zeugen hooguit twee tot drie keer per jaar te laten dekken. Een zeug moet de eerste keer geworpen hebben voordat ze de leeftijd van elf maanden bereikt, dit mag echter niet gebeuren voor een leeftijd van zes maanden. Bij dieren ouder dan elf maanden zijn de bekkenbeenderen niet meer zo soepel en dat kan de doorgang van de jongen belemmeren, ook wel barensnood genoemd. Voor de ideale leeftijd van een eerste nestje wordt acht - negen maanden aangehouden. De jonge cavia’s worden geboren op de plaats in het hok waar de moeder zich het prettigst voelt. De jongen kunnen bijna direct na de geboorte lopen en hebben dan ook niet zoals jonge konijnen een nest nodig. Gemiddeld krijgt een cavia twee tot vier jongen. De jonge zeugen en beren moeten voor ze de leeftijd van 2 maanden bereiken van elkaar gescheiden worden. Veel cavia’s zijn namelijk al geslachtsrijp op een leeftijd van twee á drie maanden, al zijn ze op die leeftijd nog lang niet volgroeid.

Gezondheid

Als het om de gezondheid van uw dieren gaat is het altijd beter om te voorkomen dan te genezen. Vooral bij cavia’s kan dit heel belangrijk zijn omdat de dieren erg gevoelig zijn voor verschillende medicijnen en antibiotica in het bijzonder. In sommige gevallen kan het middel erger zijn dan de kwaal. De volgende aandoeningen kunnen bij de cavia’s voorkomen:

Longontsteking

Er zijn verschillende bacteriën die kunnen zorgen voor een luchtwegaandoening bij cavia’s. In de meeste gevallen zorgen de bacteriën voor een longontsteking. Een longontsteking is te herkennen door een verminderde eetlust bij de dieren. De cavia verliest snel gewicht, niest, heeft neusuitvloeiing, een ruwe open pels en ademhalingsmoeilijkheden. Longontsteking is besmettelijk via de lucht en heeft in de meeste gevallen een dodelijke afloop.

Darmontsteking

De meest voorkomende en belangrijkste aandoening aan het spijsverteringskanaal is de darmontsteking. De volgende verschijnselen, niet eten, gewichtsverlies, oogontstekingen, traagheid en diarree kunnen wijzen op een darmontsteking. Ook deze aandoening heeft in de meeste gevallen een dodelijke afloop en is besmettelijk.

Middenoorontsteking

Bij deze aandoening is het middenoor of hersenvlies van de cavia ontstoken. Verschijnselen die kunnen wijzen op deze aandoening zijn het scheef houden van de kop, in een cirkel ronddraaien en evenwichtsstoornissen. Deze aandoening is niet besmettelijk maar zonder behandeling wel dodelijk.

Huidaandoeningen

Cavia’s kunnen veel last hebben van vlooien, luizen, schimmels en mijten. Vlooien, luizen en mijten behoren niet tot een ziekte maar cavia’s ondervinden er zeker veel last van. Bij cavia’s die last hebben van huidmijt valt het haar met stukjes uit de opperhuid uit. Wanneer het drachtige zeugen zijn die hiermee besmet zijn dan kunnen ze verwerpen. Een bekende schimmelinfectie is ringworm. Hierdoor ontstaan, vaak op de neus of kop, kale schilferige plekken met rode randen. Naast ringworm is er nog de schurftmijt die ook zorgt voor kale plekken alleen dan met korsten. Al deze vormen van huidaandoeningen zijn besmettelijk, maar vrijwel nooit dodelijk. Niet alle kale plekken worden veroorzaakt door vlooien, luizen, schimmels of mijten want drachtige zeugen of pas gespeende jongen kunnen ook kale plekken vertonen.

Gebreksziekten

Gebreksziekten komen alleen voor wanneer een cavia een tekort heeft van bepaalde stoffen of combinaties van stoffen. De cavia kan zelf geen vitamine C aanmaken waardoor dit bijgevoerd moet worden. Wanneer de dieren hiervan te weinig binnen krijgen kan de groei verminderen, treed er gewichtsverlies op, verminderd de weerstand, ontstaat er bloedarmoede, ontstaan er onderhuidse bloedingen en gaat het bewegen moeilijker door pijnlijke gewrichten. Verder kunnen er door een gebrek aan vitamine E stijfheid en verlammingen ontstaan.
Rebas, telefoon 06-48337798, fax 0486 421074, email info@rebas.nl, BTW NL 0948.69.236.B01